Actief burgerschap
Nieuwe aandacht
Sinds 1 februari 2006 zijn scholen bij wet verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Dit betekent niet dat er een nieuw vak op de scholen onderwezen moet worden, maar wel dat dit thema nadrukkelijke en bijzondere aandacht moet krijgen. Sinds de invoering van de basisschool wordt hier in het onderwijs al aandacht aan besteed. De reden van de hernieuwde aandacht is dat er in de samenleving de laatste jaren een groeiende tendens waarneembaar is van individualisering, onthechting en een afnemende aandacht voor waarden en normen. Mensen stellen vaak het eigenbelang voorop, voelen zich minder verbonden met een groep en laten waarden als respect, dienstbaarheid en hulpvaardigheid steeds meer los als belangrijke richtinggevers voor hun leven.
In alle sectoren van de maatschappij wordt extra aandacht gevraagd voor dit verschijnsel, zo ook in het onderwijs. Gestructureerd en via een zelf gekozen werkwijze moeten scholen werken aan burgerschap en integratie om uiteindelijk het ‘saamhorigheidsgevoel’ in de samenleving te vergroten. Hoewel dit misschien een groot “ver van ons bed – thema” lijkt , is het belangrijk inhoud hieraan te geven binnen de ‘vierkante meters van school en thuis’.
De school als oefenplaats
De inspectie van het onderwijs heeft de volgende visie op burgerschap en integratie: De school is een oefenplaats voor goed burgerschap. In de groep, op het schoolplein, tijdens het overblijven, krijgt de leerling te maken met processen, gedragingen en gebeurtenissen die ook voorkomen in de ‘echte’ samenleving. Op school wordt de leerling gestimuleerd voor zijn mening uit te komen en respect te hebben voor mensen die anders zijn. Hij kan zijn sociale competenties verder ontwikkelen, wordt zich bewust van zijn sociale rechten en plichten en kan meedenken en meebeslissen. De school is voor de leerling een venster op de samenleving. De invoering van burgerschapsvorming in het primair en voortgezet onderwijs is geslaagd als scholen in Nederland zich bewust zijn van hun rol als oefenplaats van goed burgerschap en als hun onderwijs en schoolcultuur die rol optimaal ondersteunen.
Waar gaat het over?
Burgerschap en integratie bestaat uit drie domeinen, t.w. identiteit, democratie en participatie. Deze worden hieronder kort toegelicht.
• Identiteit
Dit is het verkennen van de eigen identiteit en die van anderen; voor welke (levensbeschouwelijke) waarden sta ik en hoe maak ik die waar? Voor onze school betekent dit dat we de christelijke waarden als uitgangspunt nemen. In ons schoolplan 2007 2011 staat hierover:
Christelijk onderwijs bevordert in onze visie:
- dat kinderen zich ontwikkelen met aandacht voor eigenheid,
- dat kinderen leren deelnemen aan gemeenschappelijke verbanden waarin mensen samen,
met respect voor elkaars eigenheid en creativiteit, tot hun recht komen.
- een kritische houding t.o.v. wat waar of onwaar, recht of onrecht, goed of kwaad is.
De maatschappij van nu is een andere dan die Jezus voorstaat. Mensen behandelen elkaar niet altijd als gelijkwaardig, er wordt gediscrimineerd en onderdrukt. In de school komt dit onrecht aan de orde. Het is belangrijk dat een kind leert als verantwoordelijk schepsel goed om te gaan met zichzelf en met anderen, ongeacht sekse, ras milieu, afkomst of overtuiging. Daarbij is respect voor de ander een kernwaarde. Bij lessen over burgerschap en sociale integratie willen we ons hierop richten.
• Democratie
Hierbij willen we kennis bijbrengen over de democratische rechtstaat, politieke besluitvorming, democratisch handelen en de maatschappelijke basiswaarden. Dit klinkt heel groots en volwassen, maar op kindniveau, zeker vanaf groep 5, is hier inhoud aan te geven door b.v. lessen te geven n.a.v. prinsjesdag of door het gemeentehuis een keer te bezoeken en informatie te geven over de gemeenteraad.
• Participatie
Het gaat bij dit domein om kennis over de basiswaarden en om mogelijkheden voor inspraak, vaardigheden en houdingen bij te brengen die nodig zijn om op school en in de samenleving actief mee te kunnen doen. Voorbeelden zijn: kinderen leren samenwerken in klein groepsverband (taken verdelen, groepsleiderschap), door in de groep verkiezingen na te bootsen, maar ook hoe ga je met elkaar om in school en op het schoolplein, hoe zorg je goed voor jouw en andermans spullen, betrokkenheid bij arme mensen.
Burgerschap en integratie op De Fontein
Veel van wat hierboven staat gebeurt al bij ons op school: voor wat betreft de domeinen identiteit en democratie wordt hier invulling aan gegeven via het thematische en het projectonderwijs, de verkeers- en dramalessen, de sociaal-emotionele vorming en de bijbellessen. Daarbij moet worden opgemerkt dan we binnenkort met een methode voor sociaal-emotionele vorming gaan werken, genaamd Sociale Talenten. Op deze manier krijgt dit onderdeel op een gestructureerde manier aandacht.
Het domein participatie is wat lastiger en behoeft voortdurend onderhoud. Ouders geven wel eens aan dat we het beleid keurig op papier hebben staan (b.v. het beleid tegen pesten), maar dat de praktijk soms weerbarstig is. Aan de ene kant willen we de kinderen bewust maken van gedrag dat wel en niet hoort, aan de andere kant heb je ze niet altijd aan een lijntje. In ieder geval is dit een gebied waar we als ouders en leerkrachten samen verantwoordelijk voor zijn. We kunnen elkaar daarbij helpen door:
• voorbeeldgedrag te tonen,
• ongewenst gedrag signaleren en melden aan elkaar: alleen dan kunnen we er iets tegen doen; een voorbeeld hiervan is in deze krant beschreven als een ‘Fonteintje’ over slecht taalgebruik.
• kinderen te waarderen vanwege goed gedrag en aan te spreken op ongewenst gedrag.
Tot slot
Het is dus geen apart vak in ons onderwijs, maar het gaat om intensievere en meer gestructureerde aandacht voor actief burgerschap en sociale integratie in de samenleving in het algemeen en in het onderwijs in het bijzonder.
Fokke Dijkstra, jan.2010